We slapen ‘s nachts niet.

Luister de interview (ENG) :


10/05/2011:

Ze komen ons steeds controleren, om te zien of we slapen of niet.

Wat is je naam als ik vragen mag?

Voor ik je mijn naam zeg, moet je weten dat iemand drie dagen geleden met de pers sprak. Hij gaf zijn persoonlijke naam en daarna kwam hij in een isolatiecel terecht. Dus als ik je mijn naam vertel, behandelen ze mij ook zo. Het is hier net als een gevangenis.

Dus je zat vast in 127 en toen brachten ze je naar 127 bis, zonder te vertellen waarom.

Ze vertelden me niet waarom. Ik zei hen dat ik de koekjes en andere dingen die ik had gekocht wilde meebrengen. “Dat mag niet volgens de regels”, zeiden ze me. Ik vroeg het aan iemand anders die me zei dat het wel mocht, dat daar geen regels over waren. Ik ging terug naar de eerste man, die startte te vloeken en lelijke woorden in het Nederlands tegen me zei. Ze behandelen je altijd als een gevangene of een crimineel. Ik ben een politiek vluchteling en zoek hier asiel. Ik heb een probleem in Libanon. Ik heb er veel geld moeten betalen om niet vermoord te worden. En nu naar hier gekomen, behandelen ze ons als honden. Als beesten. We zijn een achttal mannen verspreid over het hele centrum. We zitten apart. Er zijn hier ook families…

Maar de anderen zijn hier vrouwen. En maar een paar mannen.

Er zijn hier ook mannen. Ik heb hen ontmoet. Een 15-tal zijn er. Maar we zitten hier verspreid. Ik vroeg waarom ze me naar hier hebben overgebracht en ze zeiden me: “Je hebt iemand helpen vertalen”. Ik spreek engels en iemand is hier ontsnapt, dus zou ik hem geholpen hebben. Ze willen niet dat we begrijpen wat ze doen.

Dus omdat je wat vertaalde in 127, brachten ze je over naar 127bis.

Juist. Het is hier vreselijk. We slapen ‘s nachts niet. Ze komen ons steeds controleren, om te zien of we slapen of niet. Wat is dat toch? Als je slaapt komen ze om half vijf ‘s morgens op de deur kloppen: “Alles goed? Heb je iets nodig?” Om niets. Ze spelen ermee.

Ze kloppen om de door om te zien of je slaapt?

Als ik slaap dan maken ze me wakker. Dat is niet juist. Ze zeggen dat het een routine controle is. Wat is een routine controle? Ik slaap al in een gevangenis.

Om half negen moeten we onze slaapkamers verlaten. We kunnen er geen minuut langer blijven. We moeten dan naar de hal beneden. Daar is er een televisie en er zijn een aantal zetels om in te zitten. En we zijn met acht. Dus zelfs als we dicht bij elkaar zitten, passen we er niet allemaal. Iemand moet buiten blijven, wachten tot de anderen gerust hebben en dan wisselen we van plaats.

En er zijn geen andere zetels? Is er dan niets anders te doen?

Er is een televisie en een pool tafel. En ze brengen een aantal kranten. De koekjes die ik heb, houden ze in aan de balie. Een man zei me dat ik ze wel kon hebben. Maar iemand anders zei me dan dat die eerste man nergens verantwoordelijk voor is. Ik kan niets doen. Ze gaven de koekjes aan iemand anders. We kennen onze rechten hier niet. Niemand zegt ons wat mag en wat niet. Ze zeggen gewoon: “ga daar binnen”. Meer niet. Alles wat we vragen? “Nee, nee, nee.” Er is hier geen was. Ik ben hier al zeven dagen en heb nog geen was kunnen doen. Enkel mijn ondergoed, in de badkamer.

Mijn eerste nacht hier sliep ik in mijn broek. Geen short of pyama. Geen ondergoed, geen handdoeken, geen zeep. Ze zeiden me “we moeten er om zoeken. Morgen of bij een week geven we het je.” Dat is niet serieus.

Gaven ze je uiteindelijk handdoeken en zo?

Ze gaven me niets. Twee lakens en een kussen, dat is alles. De volgende dag vroeg ik om mijn persoonlijke spullen, mijn handtas. “We hebben het nog niet gezocht en kunnen het je niet geven.”

Toen ik vroeg wanneer ze me het zouden geven, zeiden ze me: “Volgende maand. Ga nu weg.” We kunnen hier niets doen. Niet roepen, niet schreeuwen, niets. Ze dreigen altijd handboeien en traangas te gebruiken. We kunnen geen woord zeggen tegen de buitenlandse pers, niet met journalisten praten of met mensenrechtenorganisaties.

Ik heb het hier gehad. Ik belde met mijn familie om te zeggen hoe het hier gaat, en ze zeiden me dat het geschift is.

Dit is de hoofdstad van Europa, van België! Dit kan niet de bedoeling zijn, het is totaal fout. Ze behandelen als honden hier, niet als mensen. Geen voedsel van buitenaf. Ze namen al mijn geld af en gaven me een papier waarop stond “Dit papier garandeert je dat je je geld terug krijgt”. Ik zei ze dat ik dat papier niet wilde, maar mijn geld. Om een colatje te kopen, wat chips of chocolade. Maar dat kon niet, we moeten al je geld in nemen. Als ik iets breek, moet ik het van mijn eigen geld betalen, ook als het een ongelukje zou zijn. En als ik niet genoeg geld heb, dan moet je iemand vinden die het geld opstuurt.

Namen ze veel geld van je af?

Ik had veel geld bij en ze namen het allemaal. Enkel twintig vijf cent stukken lieten ze me over. Ik had vijf honderd dollar, twee honderd euro en wat wisselgeld. Ze namen al mijn geld en lieten me enkel de vijf cent stukken. Ze behandelen ons hier niet correct.

Dus kan je niets kopen.

Nee, ik kan niets kopen. Het eten is hier niet goed, dus kan ik niet eten want ik heb geen geld. Ik wacht telkens de maaltijd af om te zien of het te eten is. Het is hier vreselijk.

Om elf uur moeten we maar onze kamer. We kunnen geen bad nemen of niet slapen. We kunnen niets doen. We zitten in de kamer, ze sluiten ons op. We kunnen niet naar buiten.

En ga je voor de lunch naar een soort van cafetaria?

Nee. Beneden is er een kleine keuken.

Eet je daar?

Ja. We eten in de hal. En soms slaap ik op de grond als ik slaap nodig heb. Het is saai.

Wanneer kan je naar buiten gaan?

We kunnen niet buiten. Hier is geen ‘buiten’. De anderen gaan naar buiten, we horen hun stemmen soms. Maar hier zijn er juist drie ramen. We staan bij het raam voor wat frisse lucht.

Een keer ging ik buiten. Er was een concert aan het centrum en we zeiden dat we naar buiten moesten gaan. We konden gaan luisteren. Maar je kan niet met journalisten praten, geen camera’s of telefoon. Als de pers en de mensenrechtenorganisaties komen verstoppen ze de handboeien en het traangas.

Die nemen ze van hun riem dan?

Ja. Ze behouden enkel de walkytalky.

Hebben ze de handboeien al gebruikt?

Nog niet op mij. Maar ze dreigen dat te doen als we protesteren of als zeggen dat we iets niet goed vinden. Dan zouden ze niet aarzelen het te gebruiken, ze doen er heel serieus over.

Heb je al een advocaat?

Het is geen goede. De eerste keer dat hij me zag, voor hij mijn verhaal hoorde, zei hij dat ik maar vijf procent kans maak op asiel. En hij zei me dat ik hem niet kan bellen in zijn vrije tijd. Als ik een probleem heb, moet ik faxen. Wat voor een advocaat is dat?

Ik zag hem maar een keer, wanneer ik het interview had. De drie advocaten hier geven niets om ons. Omdat ze het gratis doen. Ze willen de boel enkel afronden. Geloof me, het kan niemand schelen.

En kunnen we zeggen waarom je naar België kwam?

Ja. Ik heb zelfs papieren van de Libanese regering dat mijn verhaal correct is. Ik ben van een vriendelijke familie. Ik heb met niemand problemen. Maar in 2009 reed mijn tante per ongeluk iemand aan met haar moto en die stierf. De familie van de vrouw heeft me proberen te vermoorden. “Oog om oog, tand om tand.” Want ik ben de laatste verwante van mijn tante. Die heeft enkel dochters, geen zonen. Ze staken een mes in mijn rug. Ik heb ziekenhuisverslagen, politie verslagen.

Ik gaf het allemaal aan de commissie hier. Ik kreeg nog steeds geen antwoord. Het zou maar een paar dagen duren en nu is het al een week.

Ik probeerde dus te ontsnappen en terwijl ze op me roepten, staken ze een mes in mij rug en vechtten ze met me. Ik bleef een zestal dagen thuis en ik ontmoette een aantal smokkelaars. Ik betaalde ze zesduizend dollar om hier te komen en politiek asiel aan te vragen. En vijf en twintig duizend dollar betaalde ik aan de familie om me met rust te laten. Maar ze namen het geld en aanvaarden het niet. “We gaan je toch doden”. Dus vluchtte ik. Ik ben ver weg van mijn familie. Dat is mijn verhaal.

One Response to We slapen ‘s nachts niet.

  1. Pingback: Last testimonies | gettingthevoiceout

Comments are closed.